Vlaamse Vereniging tot Behoud van Historische Vaartuigen


HOME

Schepen

Nieuws

Agenda

Contact

Links

Lid worden

email
ANNE GRETE

Type : Waalschokker

Werf : Janssen te Druten(NL)

Bouwjaar : 1934

Gebruik : riviervisserij

Afmetingen :15x5.08x1.1m

Motor : Albin diesel 40pk

Materiaal : Staal

Ligplaats : Kanaal Leuvel-Dijle aan het Zennegat


Het schip is voor ongeveer 90% origineel. De romp (casco) is volledig origineel zoals het op de werf gebouwd werd. ( buiten enkele dubbelingen en de gaatjes van de bun zijn dichtgemaakt) Ongeveer 40 jaar terug werd er echter een grotere roef op het schip gebouwd waarschijnlijk om het wooncomfort te verbeteren.Origineel stond er op een Waalschokker een halve roef aan bakboord. Mastkoker, ram, anker en maststrijk lier zijn nog steeds de originele.
In 1995 werd voor de eerste maal een motor ingebouwd. Dit is een ALBIN - H3 scheepsdiesel van 1965. (blijkbaar ook redelijk zeldzaam) Het is een 3 cyl van 2500cc gebouwd op basis van een Perkins motor. Keerkoppeling is mechanisch maar merk niet bekend. Blijkbaar wel van Nederlandse makelij. Een Waalschokker is een karakteristiek schip vanwege de wel zeer hoge boeg en de grote breedte van het schip.
Het schip werd door ons aangekocht in 1999 te Rotterdam.
Het is de bedoeling het schip te restaureren en behouden zoals het eruit zag voor de visserij nadat de grotere roef er opgezet werd.

Geschiedenis van de Anne Grete

Over de geschiedenis van de Anne Grete is momenteel nog niet veel bekend. Wij kochten het schip in 1999 van de heer Benner via scheepsmakelarij Enkhuizen. De heer Benner had het schip in 1998 gekocht van Mevr. Acke-Swart uit Pernis. (NL) Die op haar beurt het schip had gekocht van een handelaar in Amsterdam. Na het overlijden van haar man werd het schip verkocht aan de heer Benner.In 1953 werd het schip gekocht door de heer Willy Udo ( geb. 1926 in Dreumel, NL). Het schip lag op de Maas en er werd mee gevist op de Waal en Rijn in Duitsland.In 1959 werd het schip terug verkocht. De toenmalige naam van het schip was Kristina II. Over de periode ervoor en daarna is tot nu toe niets bekend.

Geschiedenis van de Waalschokkers.

Vanaf 1900 werden verschillend soorten schepen gebruikt voor de ankerkuil visserij vooral afgedankte Zuiderzee botters, schokkers, kwakken, aken en tjalken. Deze schepen voldeden echter niet voor dit soort visserij een van de nadelen was het hoge vrijboord achteraan. Ankerkuilers moesten achter aan laag zijn om het werken te vergemakkelijken. Het enige alternatief was dan ook nieuwbouw. Voor zover we weten lieten de compagnons Jacob Sepers Janz en Gerit Teunis Udo Dirkz in 1911 de eerste stalen schokker bouwen voor de ankerkuil visserij op de rivieren. Vanaf 1911 tot 1914 zijn er in Beneden Leeuwen, Druten, Nijmegen en Millingen een tiental schokkers gebouwd. Ze waren allemaal ongeveer 15 meter lang en 4,80 breedt. Tijdens de eerste wereldoorlog lag de bouw van nieuwe schokkers volledig stil. In de jaren twintig begon men weer aan de schokkerbouw.Er waren toen twee werven die schokkers bouwden; Op de werf in Beneden Leeuwen van Eltink en de werf van Janssen in Druten. Deze schokkers begonnen behoorlijk af te wijken van de vorige, de verhouding lengte- breedte veranderde. Eltink legde zich toe op het zo goedkoop mogelijk bouwen, bij Janssen ging men de kop van het schip steeds ronder en hoger bouwen.De laatste schokker werd in 1937 gebouwd door de zonen van Eltink. Uit de periode tussen 1920 en 1937 zijn er zo'n tien schokkers gekend.

Vissen met de schokker.

Men kan stellen dat de schokker diende om de kuil open te houden in de stroom. Overdag lag de schokker bij en s'nachts viste hij in de sterkste stroom. Dat kon vanaf half Mei tot eind Oktober op dezelfde plaats zijn. Er werd incidenteel voor de wind gezeild naar een visplaats. Dat gebeurde vroeger tot onderaan in Duitsland toe. Er was meestal nog wel een oud tuig aan boord. Maar wanneer de schepen in Mei naar de visplaatsen vertrokken werden de meeste gesleept. Zoals uit bovenstaand wel blijkt heeft men nooit veel aandacht besteed aan de zeileigenschappen van de schokker. Veel belangrijker was dat het schip zo min mogelijk rankte, terwijl de mast zo lang mogelijk was. Met een lange mast brak men minder makkelijk kuilhouten. Eind jaren vijftig stopten de meeste ankerkuilvissers wegens de toegenomen drukte van het scheepvaartverkeer en ook wegens de vervuiling van de grote rivieren. Enkele bleven echter nog steeds doorvissen. In 1997 werden vissende schepen verboden op de Waal en dat was het einde van de visvangst met waalschokkers.

   Naar boven

Varend erfgoed in Vlaanderen !