|
Vlaamse Vereniging tot Behoud van Historische Vaartuigen |
|
HOME Schepen Nieuws Agenda Contact Links Lid worden |
Type : Hengst Werf : A. Verras te Paal Bouwjaar : 1902 Gebruik : mosseltransport Afmetingen :13.5x4.4x0.8 Motor : Materiaal : eikenhout Ligplaats : Rupelmonde |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
| Wat is een hengst?
De hengst was een typisch Vlaams scheepstype en werd ooit enkel gebruikt door vissers van de linker oever van de Schelde. Daarom werd een hengst ook “een schip van de katholieken” genoemd. Vooral vissers uit Kieldrecht voeren er mee. Door verzanding en het dichtslibben van de kreken “verhuisden” de hengsten steeds meer stroomafwaarts, naar havens in oostelijk Zeeuws Vlaanderen, langs het Verdronken Land van Saeftinghe en tot in Philippine en Boekhoute. Toen ook de Braakman verzandde gingen een deel vissers met hun schip noodgedwongen naar de Vlaamse kust (vooral die van Boekhoute) en anderen naar de Oosterschelde. Anderen stopten gewoon met vissen en verkochten hun schip voor een prikje naar vissers uit Yerseke, Zierikzee en Tholen. In de Oosterschelde waren toen immers de oester – en de mosselcultuur in volle opgang en de hengsten waren daarvoor prima, sterke werkschepen. Vanwege het relatief grote ruim waren ze uitermate geschikt om mosselen te vervoeren naar België. Wanneer ze ergens aanmeerden ging de kreet door het dorp: “de hengst is er”, een teken voor de moeders om één van hun kinderen met een emmertje naar de waterkant te sturen. Mosselen waren immers een gewild – en niet te duur product. Uit de hengst ontstond later een ander scheepstype nl. de lemmerhengst. De goede vaareigenschappen van een hengst en van een lemmeraak werden daarin verwerkt. De hengst D’n Bruinen werd in 1902 gebouwd in opdracht van de uit Vlaanderen afkomstige familie Wijnen op de werf van Alphonsius Verras te Paal (Zeeuws- Vlaanderen) en ingeschreven als de PI77 (Philippine). Tien jaar later werd het schip verlengd om er een Kromhout motor in te bouwen (als eerste in Zeeland!). Die motor diende oorspronkelijk niet voor de voortstuwing maar eerder voor het ophalen van de netten. Door het dichtslibben en indijken van de kreken langs de Schelde werd in 1917 uitgeweken naar Harlingen (HA51) om dan in 1919 te worden verkocht naar Yerseke (YE199). De nieuwe eigenaars, de familie de Rooij, zouden lang met het schip blijven vissen en handelen. Er werd vanuit de Oosterschelde o.a. naar Brussel gevaren waar de mosselen verkocht werden. Later, tot in 1940, werd zelfs op het Franse Roubaix gevaren; dat waren tochten van maandag tot zaterdag (op zondag werd er niet gevaren). Tegen het einde van de tweede wereldoorlog werd de motor in een schuur verstopt om nadien het schip opzettelijk tot zinken te brengen, liever dan dat de terugtrekkende Duitsers het schip zouden aanslaan. Na de oorlog werd het schip weer gelicht; er is tot in 1958 mee gevaren in de visserij. Nadien volgden een reeks particuliere eigenaren die het schip voor diverse doeleinden gebruikten (eerst als drijvende vakantiewoning, nadien als kajuitjacht, tochten naar de Wadden, maar ook naar Frankrijk en Ierland). In 1999 tenslotte kocht Tolerant het schip aan. |
| Naar boven |
Varend erfgoed in Vlaanderen ! |